Hernia en ruggenmergproblemen bij de hond

Wat is een hernia?

Normale rug met een normale wervel en tussenwervelschijf. Afbeelding van Aharon Orthomanuele Diergeneeskunde.

Hernia klachten komen vaak voor bij honden, maar wat is een hernia eigenlijk? Om te kunnen begrijpen wat met een hernia bedoeld wordt is het belangrijk om te weten hoe de rug van een hond opgebouwd is.

De rug is opgebouwd uit ruggenwervels. Door de ruggenwervels loopt het wervelkanaal, waarin het ruggenmerg ligt. In het ruggenmerg lopen de zenuwen van en naar de hersenen. Het ruggenmerg is eigenlijk een soort snelweg waarover alle signalen doorgegeven worden.
Tussen de wervels liggen de tussenwervelschijven. Deze zijn opgebouwd uit een stevige rand en een zachte binnenkant. Tussenwervelschijven kunnen in de loop van het leven van een hond veranderen en stugger worden. Dit zorgt onder andere voor instabiliteit in de wervelkolom wat weer standsafwijkingen en pijn in de rug kan geven. Daarnaast kan de tussenwervelschijf uit gaan puilen richting het ruggenmerg of scheuren waardoor de zachte binnenkant tegen het ruggenmerg geduwd wordt. Als dit aan de hand is, is er sprake van een hernia.

Hernia nucleoli pulposus: Het scheuren van de tussenwervelschijf met het uitpuilen van de zachte binnenkant en het uitpuilen van de tussenwervelschijf met druk op het ruggenmerg. Afbeelding van Aharon Orthomanuele Diergeneeskunde.

Naast deze twee vormen van een hernia kan er nog sprake zijn van een derde vorm. De derde vorm ontstaat bij trauma. Hierbij is door trauma tijdelijk druk op het ruggenmerg geweest, maar is de tussenwervelschijf niet blijvend verplaatst.

Wat zijn de verschijnselen van een hernia?

Afhankelijk van de ernst van de hernia en de snelheid van het ontstaan kunnen er verschillende problemen aanwezig zijn. Zo kan een dier met een hernia alleen last hebben van pijn, soms aanvalsgewijs. In ernstigere gevallen is er sprake van zwakte of zelfs verlamming.  Aan de hand van de aanwezige klachten kan een hernia gegradeerd worden.

Graad Klachten
0 Geen klachten
1   Pijn in de rug
2 Zwakte in de poten, dronkenmansgang
3 Verlamming (niet meer kunnen lopen)
4 Verlamming + niet meer kunnen plassen
5 Verlamming + niet meer kunnen plassen + geen pijngevoel meer

 

Een hernia kan in principe overal in de wervelkolom voorkomen. De meest voorkomende plekken voor een hernia zijn de nek, de overgang van de borst- naar de lendenwervels en bij de laatste lendenwervels. De plaats van de hernia bepaalt of alleen de achterhand aangedaan is of ook de voorpoten en wat de verschijnselen zijn.

 

Nekhernia

Een hernia kan zoals eerder genoemd in de hals voorkomen. Omdat in de hals het wervelkanaal vrij ruim is, kan het ruggenmerg wat uitwijken voor de tussenwervelschijf bij een hernia. Daardoor komen bij een nekhernia meestal geen verlammings- of uitvalverschijnselen voor. Het meest voorkomende probleem bij een nekhernia is ernstige nekpijn, die soms aanvalsgewijs voorkomt. Als een dier nekpijn heeft zal hij of zij zijn nek zo min mogelijk bewegen. Ze kunnen gillen van de pijn en soms tillen ze een voorpoot op door uitstralingspijn vanuit de nek.

 

Rughernia

Een ander veel voorkomende plaats voor een hernia is de overgang van de borstwervels naar de lendenwervels. Hier is in het wervelkanaal minder ruimte voor het ruggenmerg en bij uitpuiling van de tussenwervelschijf ontstaat er veel meer druk op het ruggenmerg dan in de nek. Daardoor treden er bij een hernia in de rug veel sneller verlammings- dan wel uitvalverschijnselen voor zoals zwalkend lopen, slepen met de achterpoten, door de achterpoten zakken of zelfs volledig verlamd zijn.

 

Bij welke dieren komt een hernia voor?

Een hernia kan in principe bij alle honden ontstaan, maar er zijn rassen die er veel gevoeliger voor zijn. Rassen waar vaker hernia klachten gezien worden zijn onder andere de teckel, de Franse buldog, de pekinees, de Welsh Corgi en de Beagle. Bij deze honden vinden al op jonge leeftijd veranderingen in de tussenwervelschijf plaats waardoor ze makkelijker een hernia ontwikkelen. Hernia’s worden dan ook vaak gezien tussen de 3 en 7 jaar.

Op wat oudere leeftijd worden hernia’s ook regelmatig gevonden bij onder andere de Duitse Herder, de Labrador, de Cocker Spaniël, de Dobermann en de Rottweiler.

 

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose hernia wordt vaak gesteld aan de hand van de klachten, de leeftijd en het ras. Maar om zeker te weten dat er sprake is van een hernia moet er aanvullend onderzoek uitgevoerd worden. Zo kan er een röntgenfoto van de rug gemaakt worden. Hierop kan onder andere gezien worden dat er veranderingen aan de tussenwervelschijf zijn (verkalkingen) of dat er sprake is van een vernauwing van de ruimte voor de tussenwervelschijf. Maar voor een definitieve diagnose zal een MRI van de rug gemaakt moeten worden. Op een MRI kan het ruggenmerg zelf bekeken worden en kan de uitpuiling van de tussenwervelschijf in beeld gebracht worden. Een MRI is vooral van belang als een operatie overwogen wordt (zie behandeling).

 

Welke behandeling is mogelijk?

Vroeger was de keus bij een hernia tussen conservatieve behandeling en operatie. De orthomanuele diergeneeskunde is een derde behandelingsmogelijkheid voor dieren met een hernia. De orthomanuele behandeling is een heel zinvolle toegevoegde behandeling, waarmee hele goede resultaten behaald kunnen worden.

Bij een conservatieve behandeling krijgt een dier rust gedurende 2 tot 6 weken en kan er medicatie voorgeschreven worden. Tijdens de rust krijgt het lichaam de tijd om zelf herstellen. Bij een conservatieve behandeling hersteld 63% van de honden met een graad I of graad II. 39% van de honden krijgt last van een terugval of verergering van de klachten. Hoe ernstiger de graad van verlamming, hoe kleiner de kans op herstel bij een conservatieve behandeling.

Bij een operatie zal de afwijkende tussenwervelschijf uitgeruimd worden en zal zover mogelijk het materiaal van de tussenwervelschijf uit het wervelkanaal gehaald worden waardoor de druk van het ruggenmerg gehaald wordt en een dier de mogelijkheid krijgt om te herstellen. Operatie is vooral geïndiceerd bij dieren met verlamming en verlies van blaasfunctie en pijngevoel.

Vanuit de orthomanuele diergeneeskunde wordt gekeken naar de stand van de wervels. Het achterliggende idee is dat door de veranderingen aan de tussenwervelschijf er instabiliteit in de wervelkolom ontstaat waardoor er standsafwijkingen aan de wervels ontstaan. Deze standsafwijkingen geven op hun beurt weer extra druk op  de tussenwervelschijf.

Bij een orthomanuele behandeling worden de standsafwijkingen gecorrigeerd waardoor er meer ruimte ontstaat voor de tussenwervelschijven. Daardoor kan de druk van het ruggenmerg afnemen en krijgt het lichaam de tijd om te genezen. Na een behandeling zal een dier 2 weken strikte rust voorgeschreven krijgen.

Uit een onderzoek uitgevoerd onder 270 teckels met herniaklachten bleek dat de orthomanuele behandeling een toegevoegde waarde had als behandeling. Van de honden met graad III en graad IV verlamming herstelde tussen de 89-94%. Dit percentage komt overeen met de resultaten van een operatie.

(Orthomanual therapy as treatment for suspected thoracolumbar disc disease in dogs, D.C. Aharon, J. Heukels, R.F. Buntsma, J Hellenic Vet. Med. Soc. 2015 66(1):31-40)

Een orthomanuele behandeling kan ook ingezet worden naast een operatie. Bij een operatie wordt alleen de aangetaste tussenwervelschijf aangepakt. Bij meerdere standsafwijkingen kunnen er daarna op andere plekken nogmaals een hernia ontstaan. Door de rug zo stabiel mogelijk te krijgen is de kans op recidief kleiner.

 

Nazorg

Na een behandeling is de juiste nazorg heel belangrijk. In eerste instantie zal een dier strikte rust voorgeschreven krijgen. Het is belangrijk dat een dier zich zo rustig mogelijk houdt en niet kan springen.

Daarnaast kan er vanaf het begin al begonnen worden met oefeningen om de spieren te versterken en de zenuwen te stimuleren. Na een orthomanuele behandeling zal een uitgebreid behandeladvies meegegeven worden.

 

Is er bij verlamming altijd sprake van een hernia?

Niet bij alle gevallen van verlamming dan wel uitval is er sprake van een hernia. Er kunnen ook andere problemen aanwezig zijn. Een voorbeeld hiervoor is een ruggenmerginfarct. Dit ontstaan heel plotseling, net als een hernia. In het begin kan er even sprake zijn van pijn, maar dit trekt meestal snel weg. Een ruggenmerginfarct ontstaat als een klein stukje van een tussenwervelschijf vastloopt in een bloedvat waardoor een stukje ruggenmerg geen bloed meer krijgt.

De verschijnselen van een ruggenmerginfarct zijn grotendeels hetzelfde als bij een hernia. Vaak zien we wel dat de verschijnselen niet symmetrisch zijn. Dat wil zeggen dat 1 poot ernstiger verlamd is dan de andere poot.

De diagnose ruggenmerginfarct kan als waarschijnlijkheidsdiagnose gesteld worden aan de hand van de leeftijd, het ontstaan van de klachten en de verschijnselen. De diagnose kan bevestigd worden met behulp van een MRI.

Ook bij een ruggenmerginfarct kan een orthomanuele behandeling deel zijn van de behandeling. Aan het infarct zelf kan niks gedaan worden. Maar als er standsafwijkingen aanwezig zijn kan er wel meer ruimte in het wervelkanaal gecreëerd worden door het corrigeren van deze afwijkingen. Hierdoor ontstaat er meer ruimte voor het ruggenmerg en kan de doorbloeding verbeterd worden. Hierdoor krijgt het ruggenmerg meer kans om te herstellen.

Naast een ruggenmerginfarct kan er ook sprake zijn van trauma of van een tumor in het ruggenmerg.

Reageren is niet mogelijk